Inzichten uit onderzoek onder nabestaanden

Uit meerdere onderzoeken onder nabestaanden in opdracht van het programma Mens Centraal is een aantal inzichten opgehaald:

  • Nabestaanden voelen zich overvallen.
  • Nabestaanden weten niet waar ze moeten beginnen met regelen en hebben geen overzicht van wat er moet gebeuren.

  • Nabestaanden weten niet waar ze terecht kunnen voor hulp.

  • Nabestaanden willen gehoord en begrepen worden.

  • Alle administratieve zaken rondom het overlijden van een naaste zijn lastig, niet alleen die met de overheid.

Nabestaanden voelen zich overvallen

Voor veel van de nabestaanden die we hebben gesproken kwam het overlijden van de naaste ofwel onverwacht, of de naaste had weinig tot niets geregeld rondom de afhandeling van het overlijden. Dit zorgde regelmatig voor ongewenste verrassingen: de naaste bleek schulden te hebben, of onverzekerd te zijn, of geen testament te hebben. Verrassingen kwamen ook uit de hoek van de overheid, zoals onverwachte en hoge naheffingen. De nabestaanden kwamen hierdoor vaak zelf ook voor hoge kosten te staan omdat zij deze moesten voorschieten:

Waarom is doodgaan zo duur?!

Nabestaanden weten niet waar ze moeten beginnen met regelen en hebben geen overzicht van wat er moet gebeuren

Veel nabestaanden gaven aan dat zij voor een onmogelijke combinatie kwamen te staan: aan de ene kant shock en verdriet en aan de andere kant de verantwoordelijkheid om alles snel te moeten regelen rondom het overlijden van de naaste. Soms moest een huis al heel snel leeg worden opgeleverd (om hoge kosten voor huur of hypotheek te voorkomen) en moesten tegelijkertijd allerlei administratieve zaken worden afgehandeld. De nabestaanden uit ons onderzoek zagen in deze periode door de bomen het bos niet meer en konden moeilijk inschatten waar prioriteiten liggen. Hierdoor zagen ze belangrijke zaken soms over het hoofd, duurde alles langer en kostte het ze meer energie dan noodzakelijk. Ook gaven ze aan meer te verwachten van de instanties (overheid, goede doelen, verzekeringen) waarmee ze te maken kregen. Nu moesten ze zelf overal achteraan:

Als instanties uit zichzelf een brief hadden gestuurd dat ze weten dat iemand overleden is en dat dit en dat geregeld is, had ik erop vertrouwd. Nu ben ik het gaan nabellen.

Tot slot was het voor veel nabestaanden onduidelijk wanneer het regelwerk ‘klaar’ is: de verassingen bleven komen, tot wel een jaar na het overlijden, bijvoorbeeld wanneer er een groot bedrag aan huurtoeslag moest worden terugbetaald. 

Nabestaanden weten niet waar ze terecht kunnen voor hulp

De nabestaanden die wij spraken ervaarden sterk het gevoel van ‘van het kastje naar de muur’ gestuurd te worden tijdens het afhandelen van het overlijden van de naaste: de juiste hulp was zeer versnipperd, verdeeld over veel verschillende instanties. Ook per instantie was het niet altijd goed geregeld: “dan werd ik weer naar iemand anders doorverbonden en in de wacht gezet”. Bovendien hadden de nabestaanden moeite met het krijgen van overzicht van hun rechten en plichten:

waar ik heel veel aan gehad zou hebben is om te weten welke rechten en plichten je hebt: we waren niet getrouwd, en hij had schulden, dus in hoeverre sta ik in mijn recht?

Bij sommigen heerste er daardoor een groot gevoel van onzekerheid:

Waar moet ik me aan houden, doe ik het wel goed?

Nabestaanden willen gehoord en begrepen worden

Alle nabestaanden die we spraken hebben een enorme diversiteit aan emoties rondom het overlijden van hun naaste ervaren: verdriet, boosheid, frustratie, verdoofd zijn, dankbaarheid, machteloosheid. Ze geven aan dat zij in deze emotionele periode behoefte hadden aan begrip van de instanties met wie zaken rondom het overlijden geregeld moesten worden. Helaas hebben velen van hen juist het tegenovergestelde ervaren: gebrek aan empathie, formele reacties (‘moeilijk doen’), niet meeleven of een ‘kille ambtelijke houding’.

Alle administratieve zaken rondom het overlijden van een naaste zijn lastig, niet alleen die met de overheid

Nabestaanden geven aan bij veel instanties moeite te hebben gehad in de afhandeling van het overlijden, niet alleen bij overheidsinstanties. Vaak worden goede doelen, banken en verzekeraars genoemd.

Factsheet beschikbaar en totstandkoming van de factsheet

Wij hebben deze informatie ook beschikbaar in de vorm van een factsheet:

Bij de totstandkoming van dit factsheet is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeken:

Onderzoekspopulatie

Deze onderzoeken zijn verricht onder 34 mensen die in de afgelopen drie jaar een naaste verloren hebben en het regelwerk rondom het overlijden van deze naaste op zich hebben genomen. Het gaat bij de meesten van hen om een overleden (stief)ouder, bij een aantal van hen om een overleden partner of ander familielid (broer, tante). Er is gesproken met ongeveer evenveel mannen als vrouwen, in de leeftijdscategorie 23 tot 75 jaar.